feeling blue and pink

Gisteravond was het zover, de eerste treinreis door India. Liefdevol belde Eveline me nog even op terwijl ik net op de trein was gestapt, 3de klasse. ' zit ge tussen de kikkers en konijnen?' , vraagt ze. Nee, gelukkig niet, we zitten met zijn 8-en in een coupe, en ik heb een van de bovenste bedden. Heerlijk vind ik dit, je krjigt schone lakens en door het schudden van de trein slaap ik heerlijk. Als ik 's morgens wakker word loop ik in een gang in naar een indian toilet. Allemaal best te doen hoor. Op mijn terugweg zie ik dat een van de entreedeuren openstaat. Er hangt een man met zijn lijf uit de trein, zich vasthoudend aan de stangen buiten de trein. Nog geen twee minuten later hang ik aan de andere kant ook uit de trein. Wat een genot, de warme wind blaast langs mijn gezicht en het droge landschap van Rajastan trekt aan me voorbij. De mensen die werken op het land zwaaien enthousiast naar mij. Met 1 hand zwaai ik terug. De kick is evengroot als met mijn vader in Florida zijn, alleen door New York struinen, of met Jeroen in de Sahara slapen. Ik kan me voorstellen de rest van mijn leven alleen maar te reizen.
Ik krijg een sms van Eveline, Obama is president geworden. Wat een nieuws, ik wil het meteen delen met mjin coupegenoten. Iedereen staart me aan, maar niemand begrijpt me. Maakt allemaal niet uit, ik kijk later op mijn hotelkamer het nieuws wel.
Tegen de middag arriveer ik in Jaipur, the pink city. Een opdringerige taxichaffeur, Ali, weet me over te halen om met hem mee te gaan. Als ik de naam van mijn geplande hotel vertel schudt hij zijn hoofd en vertelt me een betere plek te weten voor hetzelfde geld. Hij heeft gelijk, dit hotel is keurig voor indiase maatstaven. Op de prijs valt gelukkig nog wat af te dingen. Ali stelt voor om me om 16:30 op te halen en wat van de stad te laten zien. Ik laat me maar leiden in deze, want ik heb ook geen idee wat ik hier moet doen.
Op de afgesproken tijd sta ik frisgewassen klaar, Ali stelt voor om naar de monkeymountain te gaan. Met zijn rikshaw scheuren we door de stad. Nu ik zelf al aardig kan rijden als een Indier, ben ik niet meer bang en waardeer ik zijn snelle stuurvaardigheden en zelfverzekerde manier van overal doorheen crossen.
Aangekomen bij de monkeymountain zegt Ali me dat ik de berg moet oplopen, wat genieten van het uitzicht, en dan als ik beneden ben, wacht hij op me.
De moed begint me langzaam in de schoenen te zinken. Monkeymountain is een lange keienweg die slingerend omhoog gaat langs een onafgebroken snoer van bedelaars, zigeuners en afval. Het beeld wordt slechts afgewisseld door apen, stelletje kutbeesten. Ik ben nog niet halverwege of er worden 2 kleine meisjes aangevallen door die krengen. Ik pak een grote steen voor de rest van de weg, om de mokeys en de mannen van me af te houden. Wat een tour. De kindjes hebben vies borstelig haar dat recht overeind staat op hun mooie koppies, puk van petteflet coupe zeg maar, maar dan onintentioneel, het vuil kan er niet meer uit. Het voelt als zo'n beproeving om helemaal naar de tempel te lopen. Ik ben de enige blanke, en voel me best wat angstig. Eenmaal bij de tempel, van slippers ontdaan, ontvangt een mannetje me en maant me bij hem te zitten, naast het altaar. Hji vraagt me naar mijn huweljikse status en verft een rode stip op mijn hoofd. Ook krijg ik een droogbloemenkrans om mijn nek. Verdomme, denk ik, weer zoiets waar ik voor moet betalen, ik doe hem af en wil hem terug geven. Maar het mannetje zegt dat het voor mij is, ik hoef verder niks.
Op nog geen 2 meter afstand zitten wat vrouwen op de grond, met kinderen. Een van de baby's is vrijwel naakt en heeft een beentje in het gips. Ruw sleurt de moeder het kind over de vloer en schreeuwt ertegen. Dit is India, je kan alles verwachten. Ik geef de man een kleinigheid en vertrek.
De weg terug is anders, er lopen opeens blanken en alle kinderen willen me een hand geven. Als ik beneden ben loopt er een uitbundige roedel om me heen van prachtige, vuile kindertjes die allemaal mijn hand schudden en mjin indiase naam roepen: ' Bye Mira, bye, Mira, Mira'. Mijn eigen naam is hordelopen voor hun tong, dus dit volstaat.
Ali laat me nog een kasteel zien dat in het water ligt. Op de foto die ik neem ziet het eruit als een paradijs, wat je niet kunt zien is de drukke vervuilde snelweg waar het aanligt. Daarna mag ik naar zijn guruji, een helderziende man.Hij vraagt geen geld, maar toch wordt het een rare ervaring.
Slingerend door vieze steegjes rjiden we later terug naar het hotel. Overal lopen varkens en zwijnen, er zijn open riolen en soms zie je een ezel of geit. Vanzelfsprekend is het vol met koeien. In het donker ziet het er naargeestig uit.
Eenmaal teurg in het hotel eet ik wat in het restaurant op het dakterras. Als ik naar bed ga voel ik me leeg en eenzaam.
Wat doe ik hier in godsnaam? In deze stad waar ik mijn weg niet kan vinden, waar varkens lopen, en zwijnen, en alles vies is. En word ik nu afgezet door iedereen, of doe ik het goed?
's Morgens voel ik me nog steeds verloren, Ali komt me rond 12 uur ophalen, en hier zit ik dan, op mijn hotelkamer, waar de airco niet uitkan. Wat gaan Ali en ik eigenlijk doen?
Ali en ik gaan niets doen, zijn jongere broertje Rihan komt me ophalen. Hij brengt me naar the citypalace, een kasteel midden in de stad, met prachtige kostuums en mooie verfijnde indiase kunst. Wat een genot voor het oog.
Later brengt hij me naar Amberfort. Een zacht roze-oranje gekleurd gebouw dat boven op een heuvel buiten de stad ligt. Het is zo schitterend en fotogeniek dat ik de hele batterij van mijn camera leegschiet. Wat een schoonheid, ik wou dat ik mijn tekenboek mee had genomen.
Het loopt al tegen het eind van de middag. Ik laat me overhalen om nog even naar de fabriek van zijn neefje te gaan, dat spijt me niet. Opeens moeten we ons haasten, want het is al bijna 18:00 en de rikshaw moet terug naar Rihans broer. We rijden door hetzelfde gedeelte van de stad waar ik gisteren reed met Ali, maar het ziet er nu zo anders uit.
Ik weet inmiddels dat er overal afval ligt en kan er voorbij kijken. De zwijnen zijn koddig met hun stugge haren op de rug en de vele biggetjes zijn schattig. Het ontroert me hoe in deze wijken mensen, varkens, ezels, gestipte geiten, zwijnen, honden, kippen en kamelen door elkaar lopen en elkaar gewoon laten zijn. De kleurige sari's van de vrouwen geven de straten en sprookjesachtige sfeer.
De mannen zien er allen eender uit: snor, scheiding in het haar en kakikleurige kleding, meestal een overhemd en pantalon.
Opgeladen kom ik in het hotel aan.
Met Rihan spreek ik af dat hij me morgenochtend weer naar Amber fort brengt. dan ga ik tekenen.

Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!