rustige gebieden
Het pillenarsenaal heeft zijn werk goed gedaan. Na 2 dagen rustig aan te hebben gedaan ben ik weer naar treinschema's gaan kijken. De trein naar Jaislmer, een sprookjesachtig woestijnstadje, vertrekt 's morgens heel vroeg (05:00) of 's avonds laat (23:25). Ik kies voor de late. Een aardige woestijnjongen brengt me op zijn motor naar het station om een kaartje te kopen, en later naar het hotel. Wat heb ik toch een geluk met al die aanbidders, ik krijg ook een armaband van hem 'never take off, promise?'.
Ik arriveer vrij vroeg op het perron en verbaas me over de groepjes mensen die onder dekens naast elkaar liggen op de grond. Ingepakt tot over hun oren. 'watjes', denk ik terwijl ik rondstap in Jeroens oude trui en een legging.
Als de trein arriveert ga ik eerst in een duur compartiment zitten, het is vrijwel leeg en er is me verteld dat voor een kleine fooi de conducteur niet moeilijk doet.
Helaas, dat doet hij dus wel, het kost me precies de overwaarde van het kaartje om te blijven zitten. Ik pak mijn spullen op en vertrek naar een andere ruimte, sleeperclass. Stapelbedden, 3 hoog en ook leeg. Het is allemaal nogal smerig, maar ik leg mijn backpack als kussen op het bovenste bed en krul me om mijn handtas heen.
Weer die conducteur, hier hoef ik maar 2 euro bij te leggen, dat is ok. Ik probeer te slapen, maar voel hoe de kou zich steeds meer manifesteert. Door de open shutters waait de woestijnwind naar binnen en opeens voel ik me niet meer zo'n bikkel, ik lig te rillen van de kou.
Het lijkt hier verdomme de koelafdeling van de Dirk van de Broek wel, en die pashmina is nou ook niet bepaald zo warm als een donsen dekbed. Toch val ik in slaap, lichtjes. Ik word wakker als een man me waarschuwt, station Jaislmer. Dat wordt dus niet omgeroepen, ik heb geluk. Het is 5 uur 's morgens. Buiten het station blijkt het nog kouder te zijn. Klappertandend probeer ik de taxichauffeurs van me af te schudden. Uiteindelijk komt een jongen op me af die de naam vanhet hotel zegt dat ik geboekt heb. Ik stap in zijn jeep. Hij ziet dat ik het koud heb en stopt voor een chai. Het is donker op straat, maar naast het kraampje brandt een open vuur. Er zitten mannen in een kring omheen. Door het raam wordt me een glaasje hete thee gegeven. 'what are they smoking?', vraag ik wijzend op de pijp die rondgaat. 'Chillums, and opium. Mostly opium.' De mannen blijken te wachten op touristen, maar door de bom in Dehli is het erg rustig geworden en dus vermaken ze zich hier, met thee en opium in de vroege ochtend.
De chauffeur brengt me naar mijn hotel, maar geeft toe dat hij niet de afhaalservice is die onderweg was om mij te op te pikken. Hij heeft ook een hotel, misschien wil ik daar morgen slapen. Ik hoef niet te betalen voor de thee en de lift, 'it's okay'. Door een donker steegje wandelend vind ik mijn paradijsje.
Ik slaap nog een beetje in het hotel en ga dan naar het dak voor ontbijt. Het is hier prachtig! Comfortabele kussens in diepe nissen bieden een ultieme relaxplek voor de vermoeide reiziger. Het hotel ligt naast een groot fort uit de 12e eeuw dat opgebouwd is uit gele zandsteen. Het dak biedt uitzicht over de stad en dewoestijn. De zachte kleur van de omgeving is een meditatie voor het oog. Wat een rust vergeleken met wat ik tot nu toe heb gezien.
De jongens van het hotel zijn aardig en hebben duidelijk liefde voor het vak, de kamers zijn smaakvol en persoonlijk ingericht.
's Middags bezoek ik het fort en wandel ik wat door de smalle straatjes. Hier blijf ik nog even, het is waarlijk wonderfull.
Reacties
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}