woestijnvrouwen

De dagen in Jaislmer zijn ontspannen. Ik wandel wat door de stad, schrijf kaartjes aan vrienden en familie en loop naar het postkantoor. Halverwege mijn postroute hoor ik kinderen achter me. Ze komen joelend op me af gerend. Het zijn de kindjes uit de sloppen achter het hotel, een stuk of vier. Het oudste meisje, een jaar of 8 denk ik, slaat haar arm om me nek en geeft me een knuffel, een keinere werpt zich om mijn middel en jongetje pakt mijn hand. Ze vragen om shampoo, geen overbodige luxe als ik kijk naar de vogelnestjes op hun koppies. Ik heb geen shampoo, vinden ze niet erg. Ze vragen mijn naam en aaien mijn haar. Vrolijk lopen ze een stuk met me mee. Ik geef ze en rolletje pepermunt, de oudste houdt de hebberige handjes van de rest een beetje in toom. Het kost haar moeite, want het zijn allemaal overlevertjes, grijp wat je pakken kan. Ik post mijn groeten en ga nog even de stad in.

Wanneer ik arriveer in het hotel blijkt dat ik meteen verder kan naar de beauty salon. Ik had een van de 4 broers die het hotel runnen verteld dat ik mijn benen wil laten waxen. Er is een hindustaanse salon waar geen touristen komen, of ik daarheen wilde. Zo'n buitenkansje laat ik niet gaan. Het wordt trouwens tijd, ik heb nu al meer dan een week haar op mijn benen gespaard, en het moet eraf. Ik krijg een lift naar een winkeltje, in de achterkamer is de salon. De ruimte is 2,5 bij 4 meter en er zitten 14 vrouwen in. Een dame krijgt een gezichtmassage, een andere wordt een masker aangebracht, bij een meisje worden de armen gewaxt en een er wordt ook nog iemands haar geknipt, deze vrouw staat. De rest zit en wacht, kletst, lacht. Het is bruiloftenseizoen, vandaar. Overbodig om te vemelden dat het een niet schoon is hier.

Na bijna 2 uur worden mijn benen besmeerd met kokend hete wax. Het doet pijn, maar dat is niet het ergste, mijn haren zijn nog te kort, dus de helft blijft zitten. Na 3 keer waxen zit ik onder de rode bulten en ben ik nog steeds harig. Niks aan te doen, misschien ga ik later nog een keer.

Ik ben iniedergeval klaar voor mijn kamelensafari, 2 dagen geen gerommel aan mijn lijf, geen douche of wc, just me and my camel.

Oh ja, en 4 Noorse vrouwen. Vanuit het hotel vertrekken we. Met een jeep rijden we de woestijn in. Bij een afgelegen dorpje wacht onze cameldriver. Hij laat ons enkele huizen zien voordat we bij hem thuis chai krijgen. de huizen zijn gemaakt van een mengsel van koeimest, zand en water. Sommige huizen zijn versierd met decoratieve schilderingen. Het leven hier is puur en eenvoudig. In een bijkamertje naast zijn huis zit de dochter van de kamelendrijver, ze maalt tarwe of een grote steen.

Na de chai bestijgen we onze kamelen. We rijden tot we in de zandduinen zijn en hier wordt het kamp opgezet.

Ik laat de Noorse dames alleen en wandel naar een fijn duintje om te genieten van de zonsondergang. Opeens komt er vanaf een andere duin een rode woestijnhond aangerend. Vol overtuiging komt het beest op me afgerend, werpt zich aan mijn voeten, gaat op haar rug liggen en begint te huilen en piepen. Ze legt haar hoofd tegen me aan en kijkt me onafgebroken aan met haar amberkleurige ogen. Ze is lief, maar wanneereen andere hond dichterbij komt kromt ze haar rug als een wolf, alle haren overeind en een indrukwekkende rij tanden.

Ik sta op om me weer aan te sluiten bij de andere vrouwen, ze loopt mee. De kamelendrijvers zijn minder blij en jagen haar weg. Dat begrijp ik. De dames en ik genieten van de zonsondergang, de sterren die langzaam verschijnen en de maaltijd die voor ons gekookt is. Als we later met zijn 5-en naast elkaar onder een pak dekens in een duinpan liggen zie ik de onwaarschijnlijkheid van de situatie. Vijf vrouwen met allemaal natuurlijk blond haar (heel blond zelfs) in een Indiase woestijn aan de grens van Pakistan.

Het is heerlijk fris 's nachts. In alle vroegte word ik wakker van het gerochel en gespuug van een van de kamelendrijvers. Op nog geen 3 meter van me vandaan zie ik een vage contour bovenop de duinpan. Het begint pas net een beetje licht te worden, en als mijn ogen wat meer gewend zijn begrijp ik dat het de hond is die daar de wacht houdt. Wanneer ze ziet dat ik haar heb opgemerkt komt ze enthousiast op me afgerend en duwt haar natte neus in mijn gezicht. Heerlijk wakker worden. Vies ben ik toch al.

Na het ontbijt rijden we weer een eindje op de kamelen. De vier Noorse vrouwen gaan terug naar de stad, ik reis verder met een nieuwe groep, 7 jonge mensen uit Australie en Engeland. Tot het eind van de middag blijf ik bij hen, ze zijn leuk, ontspannen en lachen veel. Na zonsondergang word ik met een jeep opgehaald en ga ik terug naar het hotel.

Na een douche tref ik de Noorse dames weer. We drinken wat bier, wijn en later met een van de jongens van het hotel nog whiskey. Vanmorgen heb ik een klein katertje, maar niet onoverkoombaar.

Straks ga ik met een van de Australische meiden terug naar Jaipur, het is bijna tijd voor mijn stilteretraite...

Reacties

Reacties

Suzanne

Lieve Merel,

Wat een mooie verhalen, en wat maak je toch weer geweldige dingen mee. Fijn om te horen hoe goed je het doet en dat je geniet van alles wat je mee maakt.
Ik denk aan je!

Liefs Suzanne

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!