pictures in my mind

Dinsdagochtend, erg vroeg, worden Carolien (mijn buurvrouw uit west) en ik opgehaald door onze gids voor een 4-daagse trekking in de Himalaya's. Met een taxi rijden we naar de startplaats ergens hoger in de bergen. De ramen moeten dicht blijven want vandaag is het holi-festival, dan wordt er met kleurpoeder gegooid.
Het valt gelukkig reuze mee, pas als we de eerste berg op wandelen worden onze gezichten versierd met rood pigmentpoeder. Carolien ziet er uit als een blanke Indiaan.
Om eerlijk te zijn heb ik geen idee waar aan ik begonnen ben, een 4-daagse trekking naar een berg en wat hotsprings, het klonk wel leuk. We hoefden alleen wat kleren mee te nemen, en onze gids draagt de rugzak. Easypeasy.
Al na een uur vraag ik me af wat ik in godsnaam dacht toen ik deze trip boekte. Jezusmina!! Ik ben nu al moe. We blijken vandaag voornamelijk bergop te lopen.

Begin van de middag nemen we een lunchpauze, dahl-baat; een kilo rijst en wat groente. Ik wil mijn goedontwikkelde eating-with-your-hands-skills showen en begin trots met mijn handen de dahl door mijn rijst te kneden. De enige reacties zijn verbaasde en geschokte blikken, zelfs onze gids doet chique met zijn lepel, aansteller. Ik ben echter inmiddels verindiaast hoor, en doe niet meer aan bestek. In Nederland gaat de boerenkool straks ook gewoon met de vingers. Er zijn trouwens shockerendere dingen te zien tijdens de maaltijd, denk ik zo, als ik kijk naar de vrouwen die in grote getalen langswandelen met afgehakte schapenkoppen in hun handen.
Onze gids lepelt de hele kilo rijst op die op zijn aluminium bord ligt, en geeft ook zijn tweede helping een plekje. Carolien krijgt bijna de helft op, en ik worstel me door de hele eerste portie heen (de hoeveelheid rijst heeft bijna de omvang van een kilopak suiker). We moeten weer verder.
Trapsgewijs, tree na tree na tree na tree. Eindeloos. Alleen door je verstand op nul te zetten en je blik naar beneden te richten (je wilt hier echt niet onderuit gaan, er zijn geen medische posten of wegen in de bergen) krijg je jezelf omhoog. Ik wilde dat ik vanmorgen bij het douchen niet 3 keer mijn meest-favoriete indiase filmliedje had geluisterd, want het herhaalt zich nu irritant vaak in mijn hoofd, en begint inmiddels aardig op mijn minst-favoriete liedje te lijken.
Eind van de middag arriveren we eindelijk bij een hotelletje, we zijn gesloopt, wat een uitputtingslag, we hebben non-stop gestegen. Onze rustplek is gelukkig wel heel mooi gelegen en de volle maan waarnaar we 's avonds kunnen kijken vanuit onze bedden in het kleine kamertje maakt een boel goed. Ze is gigantisch groot en verlicht bijna de hele vallei.
Dag 2 breekt aan en we zijn gewarschuwd, vandaag weer alleen maar stijgen. Het is inderdaad weer zwaar, maar ook wel bijzonder om zo in de natuur te wandelen tussen deze gigantische jongens, de bergen die de Himalaya's vormen. Onze gids spot een paar roofvogels en als we dichterbij komen zien we hoe een grootte groep gigantische monsters een paard verschalken. De vleugels van de hongerige joekels zijn per stuk wel een meter breed, ik heb nog nooit zoiets gezien. Een prachtig national geographic moment, en daar sta ik dan, na een jeugd lang dromen over een carriere als NG-fotograaf, met een klein digitaal kutcameraatje waarmee ik niet eens fatsoenlijk in kan zoomen. Pictures in my memory, denk ik dan maar, kunnen mooi opgeslagen worden naast al die andere foto's van de afgelopen maanden die ik kwijt ben geraakt. Ik vraag me af waar ze naar toe gaan als ik ooit dement word.
Gelukkig komen we al vrij vroeg 's middags aan bij het hotel. We gaan allebei even slapen. Vandaag hebben we namelijk wederom alleen gestegen. Na het avondeten moeten we enorm om onzelf lachen op de kamer, Carolien is grieperig geworden en ik ben onverwachts (wat ben ik ook een muts) ongesteld geworden en zit hier op een berg zonder de benodigde toebehoren (en denk maar niet dat ze hier tampons verkopen). Het is nog vroeg, een uur of negen, maar de buren hebben duidelijk minder gevoel voor humor en kloppen op de deur of we stil kunnen zijn, de slappe lach wordt niet gewaardeerd.
De volgende ochtend om 5 uur begrijp ik de wens voor stilte en rust van de buren wat beter, want het is akelig vroeg om wakker te worden. Zeker nu het zo enorm koud is. Carolientje staat al naast haar bed en buldert: 'HIER WORDT HET KAF VAN HET KOREN GESCHEIDEN!'. Ik sta ook maar op. We trekken alles aan wat we hebben, maar dat is nog steeds vrijwel niets, een t-shirt, een truitje, een legging en een hotpants eroverheen.
Ik zie er belachelijk uit, maar besef pas als ik buiten kom precies hoe belachelijk. We worden omgeven door een team van proffesionele koudestrijders, iedereen heeft dikke donsjacken aan, handschoenen, mutsen, sommige zelfs skibroekachtigen, en daar staan we dan, in een legging, met een schattig lichtblauw truitje (ik) en een fleecevestje (Carolien), niet helemaal klaar voor de 400 meter die we omhoog moeten klimmen om de zon te zien opgaan boven de Fishtailmountain (een fenomeen).
De klim is enorm zwaar weer, maar de koffie en het uitzicht bovenop Poonhill zijn de moeite waard. We gaan weer terug naar het hotel, ontbijten, en zijn de rest van de dag bezig met afdalen. Tree na tree na tree na tree. De omgeving is schitterend, er staan veel bomen in bloei, rodondenerons, bananenbomen, roodbloemige en witbloemige bomen. Mijn ogen zijn blij. Mijn knieen niet. Ik denk dat ik ze onherstelbaar heb verwoest vandaag, want ik kan aan het eind van de dag de trap van het hotel bijna niet meer afstrompelen. Ik ga nog wel even in de heetwaterbron zitten waar dit stadje bekent om is, maar het is me wat te warm en ik ga liever een biertje drinken met Carolien.
Het hotel serveert heerlijk eten, maar de bedden zijn te smerig om op te slapen. Ik vraag me af of ik de volgende dag wakker zal worden met een peper-en-zout coupe van alle zwarte haren op mijn kussen.
Helaas word ik alleen wakker met enorme pijn in mijn knieen. Gelukkig is het de laatste dag. We hoeven alleen maar vlakke stukken te lopen, perfect voor een poldergirl. Vermoeid maar verzadigd van de mooie beelden lunchen we in de stad vanwaar onze bus terugrijdt naar Pokhara, homebase. Ik strompel.
De busrit blijkt de genadeslag te zijn. Vier uur lang worden we van onze piepende stoelen afgelanceerd terwijl we langs ravijnen rijden op een weg die smaller is dan de bus breed. Met een boog belandt Carolien bijna op mijn schoot als ze haar hoofd stoot na weer een gat in de weg, die gevolgd werd door een hobbel. We lachen er maar om, maar ik bedenk ook alvast wat mijn laatste woorden voor mijn ouders en vrienden zullen zijn, en overweeg de gids te vragen om mijn ouders te zeggen dat ik van ze gehouden heb. Zelfs sommige Nepalezen kijken ongegeneerd angstig en paniekerig uit hun ogen.
Maar, zoals inmmiddels duidelijk is, ik heb het overleefd, en kijk met veel genoegen terug naar de mooie pictures in my mind.

Reacties

Reacties

Leonie

Haaaahaaa je weet het weer mooi te omschrijven, heb erg gelachen. Dat was toch Tatopani van die hotsprings?

@leonie

wat goed dat je dat nog weet, was inderdaad Tatopani

annemiek

Hilarisch!! Geweldig verhaal. O, wat mis ik je! Heel veel plezier :)

Maren

Merel doet een trektocht in veel te dunne kleren, is ongesteld en heeft daarvoor niets bij zich.....
Denk maar niet dat ik nu verbaasd ben, ik denk dat niemand dat is.

Dikke kus.

Carolien

zit met tranen in mijn ogen: lachen en huilen tegelijk! wat was het mooi, leuk, afzien, vies, schoon, alles tegelijk........

mis je merel! sjit!

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!