home again


Half acht, des avonds, Amsterdam, ik zit op het terras van l’Affiche. Ben weer thuis gekomen, “thuis” . Het is vertrouwd, maar niet anders dan een hotel in Jaipur waar ik voor de vijfde keer terugkom, of een kamer in Hanoi waar ik 3 weken blijf. Jawel, het is anders, mijn spullen staan er, foto’s van Jeroen, de kleren die ik niet mee heb genomen op reis en kasten vol herinneringen. Ik kan naar de Albert Heyn en voor een prikkie fatsoenlijke wijn kopen. En maybe most importantly, mijn vrienden wonen hier. Mijn vrienden die nu allemaal waarschijnlijk op een terras zitten, maar voor mij ontraceerbaar zijn.
Na een heel hartelijke en gezellige eerste welkomsavond ben ik compleet onbereikbaar; heb ergens along the road mijn hollandse SIM-card verloren en heb ook nog geen internet- of telefoonaansluiting. Kan alleen communiceren als ik bij de sportschool om de hoek een drankje bestel in hun binnentuin, free WIFI.
Het is leuk om weer terug te zijn, mijn postpakketten uit te pakken die ik heb verstuurd vanuit India, oude vrienden weer te kunnen omarmen, de onvoorwaardelijke liefde van mijn katten te ondergaan.
Mijn eerste avond terug is heerlijk. De zin die op ieders lippen schijnt te liggen is : “je bent echt helemaal niets veranderd.” Ik hoor hem zeker 10 keer.
L’Affiche is het cafe waar Jeroen en ik elkaar voor het eerst ontmoet hebben. Vrijdag vroeg een van mijn beste vriendjes of ik meteen naar zijn urn liep toen ik thuis kwam.
“nee, dat niet.” Jeroens as heeft voor mij bijzonder weinig te maken met de leuke man die ik getrouwd ben. “maar ik heb wel meteen foto’s bekeken van Jeroens reizen, en herkende de plekken waar hij geweest was, omdat ik ze nu ook bezocht heb.” Dat stemde me bijzonder gelukkig en dankbaar.
Na alle afstand voel ik me dichter bij Jeroen dan toen ik vertrok, al is het verdriet vrijwel verdwenen. Eindelijk begrijp ik hoe het is om te reizen, en hoe het maakt dat je dingen in perspectief gaat zien, een breder perspectief, met toleranties voor zo veel diversiteit van de menselijke geest, van verlangens en verwachtingen, van wat belangrijk is voor anderen en hoe je eigen cultuur zich druk kan maken over zaken die er elders niet toe doen.
Ik begrjip en onderga zelfs aspecten van Jeroen waar ik eerder weinig van begreep of onzeker van werd.
Reizen is leven op de pieken van het bestaan. Geen routines en vanzelfsprekendheden, je wordt wakkergeschut daar waar je slaapt en krijgt wat je nodig hebt te leren.
Ik voel me uitzonderlijk dankbaar voor wat ik heb mogen zien, de foto’s die ik heb kunnen maken, de mensen die ik ontmoet heb, en alle, alle schitterende, intense en unieke ervaringen die ik heb gehad. Ik denk aan (in chronologische volgorde):
Eveline, Laurens, Goa, Thuli, Jaipur, Sattar, Sonu,, duitse touristen, Lucy S., Bikaner, de adelijke aanbidder, Bikaner, Jaislmer, de hoteleigenaar met vrouw en 2 vriendinnen, Claire, Jaipur, Sattar, Marleen en Bauke, Vipassana, Jaipur, Udaipur, kerst met een Engelsman, Jaipur, oud en nieuw, Pushar, Annemiek, Sattar, Annemiek, Jodhpur, familie Singh, Jaipur, Kathmandu, Carolien, Pokhara, trekking, Carolien, Bangkok, Lucy B., Chiang Mai, Lucy B, Pai, Bangkok, vader, broertje, Hua Hin, Bangkok, Hanoi, verliefd op eens stad, koffie, Hanoi, Dane, Lucy B., Travis, Sapa, Lucy B., Hanoi, Elise, Halong Bay, Hoi An, Elise, Dane, koffie, Hue, Eveline, Dalat, Russell, SaiGon, Eveline, going out, Russell, Tau, Dane, Mekong, Cambodia, Phnom Penh, Bronwyn, Kay, Phnom Penh, Siem Raep, Sander, Bangkok, Bronwyn, and going back home.

Ik leef nog tussen twee werelden. Als ik naar Wouter loop over grachtjes, probeer ik naambordjes in mijn hoofd te spellen in hindi, het maakt me gelukkig. De handgeweven zijden saal die ik voor hem meeneem valt in de smaak, gelukkig, een stukje Cambodja om de hals van mijn beste vriend.
Laten we blijven reizen, mijn reisgenoten, iedereen die meeleest en ik. Het is zo prachtig, let’s keep on going on.
Op het terras naast me vertellen twee meisjes aan elkaar over hun seksleven, ik hoor wat ze zeggen. Welcome home, elk land haar eigen charme

still surprised

Even heb ik overwogen om mijn ticket te wijzigen, in Cambodja te blijven en verder te leren bij Bronwyns Beyond Interiors, maar ik wil weer verder, naar Nederland, het wordt tijd om terug te komen. Een laatste afscheidsdinertje met Bronwyn, haar moeder en vriendin Jessica wordt heel gezellig. Moeder nodigt ons uit in een prachtig restaurant dat ontworpen is door Bronwyn zelf. Het eten is ook nog eens verrukkelijk.

Ik bus naar Siem Raep, de stad van waaruit jeeen van de grootste tempelcomplexen ter wereld kan bezoeken, Angkor Wat.

Meer dan 1000 tempels zijn hier gebouwd vanaf 800 na Christus. Samen met een nederlandse jongen bezoek ik de tempels per tuktuk.

Wat ben ik onder de indruk, zoiets heb ik nog nooit gezien. De tempelcomplexen zijn enorm en uitbundig versierd.Dikke muren vormen lange gangen met vele ramen en prachtige doorkijkjes opbinnenplaatsen, andere tempels, statige trappen, zuilen en eindeloos veel afbeeldingen van Buddha.

De volgende dag wil ik zonsopgang meemaken, om 04:00 opstaan en tussen de andere touristen met mijn camera in de hand.

Het is de moeite waard. Ik struin nog uren rond over verschillende tempelcomplexen. Een tempelcomplex is helemaal versierd met afbeeldingen van mediterende monniken, uitgehouwen in steen. Een ander wordt bewaakt door grote stenen leeuwen en olifanten.

Het is schitterend. Rond de middag ga ik terug naar de stad, ben moe van alle indrukken en mijn korte nacht.

Er zit maar 1 ding op; een voetspa, bodyscrub en aromatherapy oilmassage. Bodily bliss.

Nog een wijntje en salade bij een frans restaurantje, afscheidsdrankje met de leuke nederlandse jongen en dan naar bed. Het is al vrijdag en de volgende ochtend vertrekt mijn bus naar Bangkok, zaterdag 4 juli. Misschien had ik die massage beter kunnen bewaren voor Bangkok, want als ik na 11 uur uit de gammele bus kom kruipen val ik haast om bij de receptie van een willekeurig hotel dat ergens ligt waar de bus ons heeft gedropt. Het blijkt Khao Sanroad te zijn, het door mij zo gevreesde en verdoemde reizigersparadijs.

Na een douche loop ik de straat op en, eerlijk is eerlijk, het valt eigenlijk wel mee. Ik zie geen dronken mensen zwetend rondzwalken, er zijn best mooie dingen te koop in de kraampjes, het eten ruikt wel lekker (ik heb niks meer gegeten sinds 11 uur 's ochtends en ga dat erg snel erg efficient compenseren) en het is bruisend (nou, laat ik niet overlopen hier, het is druk).

Eigenlijk bevalt het me dus wel.

Het moet allemaal niet veel gekker worden, op mijn laatste dagen krijg ik nog een smaak voor Bangkok?!?! Nog 2 dagen...

where's the party?

Het is zondagochtend, met een koptelefoon op luister ik naar indiase filmmuziek via youtube en check ik mijn emails en webpage. Ik voel me bevoorrecht, wat heb ik ongelovelijk veel mogen zien deze reis en wat gebeurt er nog steeds veel.

Bronwyn, de Australische eigenaresse van Beyond Interiors is een inspirerende vrouw. Hoewel ze pas 32 is, heeft ze al enorm veel van de wereld gezien en veel bereikt. Ze heeft 2 jaar in India gewoond, een tijd in Italie, Amerika, Afrika. Ze heeft voor NGO's gewerkt en nu haar eigen bedrijf, een succesvolle designstudio met een winkel eraan gekoppeld. Grote opdrachten weet ze binnen te slepen; luchthavens, kantoren, spa's, hotels en nu een appartementencomplex waarvoor ik moodboards aan het maken ben. Daarnaast werkt ze voor een afdeling van de VN en helpt ze locale vrouwen met kleine bedrijfjes om mooie producten neer te zetten (zoals de weverij die we bezochten).

Gisteravond gaf ze een feestje en zo komt het dat ik op mijn derde dag in Cambodja een grote supermarkt binnenloop en het lijkt of ik hier al jaren woon. Ik loop de roodharige dame tegen het lijf met wie ik de vorige avond bij de mexicaan heb gegeten. Jessica, een verschijning op zich, grote bos rode krullen, kleine vrouw met een sterk karakter, ze is belgisch en israelisch, joods.

'Oh, hello Merel, how are you?'

'good, good, how are you?'

'great, just getting some sausages for the party tonight, what about you?'

'oh, I just got some dutch cheese and a bottle of wine. Did you just get your nails done?'

'Yes, isn't it fabulous? Upstairs, they've got O P E (merk x), the best nailpolish in the world, you should go there, they're really great. What time are you gonna be at the party?'

'I'll be there a bit earlier, help out with the cooking and all.'

'Okay, great, well gotta go, see you later!'

Ik ga nog even naar 'kantoor', begin aan een moodboard op de computer voor de laatste klant van Bronwyn en wandel dan naar haar huis om met haar moeder groente te snijden.

Het feestje wordt supergezellig en ik geniet van het gezelschap: een architect uit New York die hier een project op poten zet om oude architectuur in kaart te brengen, een Australische kunsternares die als ze niet 3-D installaties creeert, samen met haar man films maakt, een van de schrijvers van de lonely planet Cambodja, zijn vrouw (een enorm bereisde dame), een Nederlandse man die voor de VN werkt en getrouwd is met een Indiase, een landscape architect, nog een filmmaakster, zuidafrikaans, enzovoort enzovoort.

Bronwyn vraagt me tussen de bedrijven door of ik niet met haar mee wil naar SaiGon volgende week om wat meubels in te kopen, zodat ik een beetje gevoel krijg voor de markt hier,hoeveel alles kost en waar je moet wezen.

Tja, what to do?, zoals de indiers zeggen. Een leukere groep mensen heb ik lang niet samengezien. Mijn afscheidsfeestje in Nederland was de laatste keer.

Bangkok roept, want mijn vlucht komt eraan, en SaiGon roept me terug, want deze kant van de stad heb ik nog niet gezien.

Tot die tijd houd ik een borrel in gedachten bij Cafe de Prins in Amsterdam op de 8 juli vanaf 17:00.

How beautiful the world

holland is anouncing itself

HoChiMinCity, of Saigon, het is zondagavond, 14 juni en ik ben net gearriveerd. Eveline komt straks ook aan, kijk ernaar uit haar weer te zien. Na DaLat is het wel warm hier.

Het duurt even, maar we lopen elkaar op straat gelukkig tegen het lijf. Ze heeft zich net ingecheckt in het appartement/hotel dat ik voor ons heb gevonden.Het wordt weer een gezellige avond.

Via internet heb ik eerder contact gezocht met een oud schoolgenootje van me,Tau, een Vietnamese jongen die nu in SaiGon blijkt te wonen. We spreken af om te lunchen en 2 dagen later neemt hij Eveline en mij mee naar een waanzinnig leuk restaurant en daarna een drukke nachtclub.

Eveline danst tot ik moe ben.

Ook Dane, de nieuw zeelander, ontmoet ik weer, samen met zijn Vietnamese reisgenoot . Een koffie in een cafeetje, biertje op straat, nog een koffie in een ander cafe. Dat wordt afkicken.

Na SaiGon boek ik een 3-daagse trip door de Mekong Delta en richting Cambodja. Ik heb tot nu toe steeds de voorkeur gegeven aan het zelf organiseren van mijn verblijf en vervoer, maar merk dat ik het ook wel eens lekker vind als de organisatie voor me geregeld wordt en ik niet als een gek hoef rond te rennen door onbekende stadjes met mijn backpack, in een poging om nog zoveel mogelijk te zien in een kort tijdsbestek.

Ik heb er geen spijt van. De eerste stad die we zien in de Mekong Delta is groot en industrieel, niet mooi, haast deprimerend. Maar op dag 2 rijden we door kleine dorpjes en bezoeken we een pagode boven op een heuvel met zo'n adembenemend uitzicht: vlak groen land, met een rivier midden erdoor heen, enkele koeien en prachtige orientaalse bomen met rode bloemen.

In de pagode wonen monniken en weesjongetjes. Er hangt een bijzonder vredige sfeer. Een van de jongetjes wenkt me als ik even de groep verlaat en neemt me mee naar een afgelegen vertrek. Hij zal een jaar of 8 zijn, half kaalgeschoren schedel, oranje kleed. Met een verlegen glimlach steekt hij een kaars aan en neemt me mee een grot in. Het is een kleine gang grenzend aan de kamer, heel donker en de zijden van de 'grot' worden bewaakt door gigantische gebeeldhouwde slangen met uitstekende tongen. Best eng vind ik het.

Aan het eind van de 5 meter lange gang staan 3 beelden, heiligen, het is te donker om te zien wie. Als we uit de gang komen kijkt het jongetje even op zijn horloge, etenstijd. Ik sluit me weer aan bij de groep en we gaan naar een hotel.

Op de derde dag van de trip varen we met een slowboat naar Cambodja, 8 uur lang, maar wat is het prachtig. De Mekong river is eerst nog heel smal, links en rechts varen we langs de dorpjes en hutten waar de kinderen vanaf de oever eindeloos naar ons zwaaien. De rivier is haast overdekt door de bomen die eroverheen hangen, het is groen hier, jungle.

Na de middag wordt de rivier steeds breder, en het uitzicht weidser. Het is bijna een hollands landschap, vlak, uitgestrekt, koeien.We arriveren in een klein dorp en worden per bus naar Phnom Penh gebracht.

Daar ben ik nu, in een stad die me meer verrast heeft dan elke stad hiervoor. Geheel tegen mijn verwachting in is het hier schoon, cultureel vrij rijk, vergeven van hippe en elegante cafe's en restaurantjes, mooie winkels, onnoemelijk veel tempels en pagoda's. De mensen zijn een mix van indiaas en vietnamees uiterlijk, de taal is uitspreekbaar, kennis van het engels is redelijk, alleen de koffie is niet zo goed als in Vietnam.

Op een kaartje valt me de naam van een winkel op: beyond interiors.

Uit nieuwsgierigheid loop ik naar binnen, en voor ik het weet zit ik in de auto met de australische eigenaresse op weg naar een zijdeweverij, daarna een exentrieke weeshuiseigenaresse die een van de mooiste huizen bewoont die ik ooit heb betreden en nog wat later zit ik op kantoor door magazines te bladeren om een moodboard samen te gaan stellen voor een nieuwe klant. Eind van de middag wandel ik terug naar mijn hotel en neem een douche, trek wat aardigs aan en wordt niet veel later alweer opgepikt met de auto door Bronwyn, de eigenaresse, om mee te gaan naar een networkingparty van de Phnem Ponh Post. Zoveel blanken heb ik in geen jaar samen gezien, maar het is heel leuk . De wijn vloeit rijkelijk en de gesprekken gaan makkelijk. Veel jonge mensen die hier werken komen af op de kans op nieuwe contacten en de gratis hapjes en drankjes. Samen met Bronwyn en een roodharige meid die in advertising werkt ga ik nog naar een mexicaans restaurant om wat te eten.

De enthousiase eigenaar zet Herman Brood voor me op, omdat hij zo weg is van Nederland. Ik ken het hele nummer niet, maar waardeer het gebaar. Time to go though, ben gen groot fan.

Dat was gisteravond.

Op weg nu weer naar beyond interiors, designinspiratie opsnuiven. Nog maar 10 dagen.

Het aftellen is begonnen.

Ik blijf hier!

HaNoi, mijn laatste dag, heb besloten om met de bus naar Hoi An te gaan en daar op Eveline te wachten. De bus vertrekt om 18:00 en de rit duurt 17 uur. Al meerdere malen ben ik gewaarschuwd door medereizigers voor de oncomfortabele reis, maar als ik op mijn sleeper bedje lig tegen een flinke engelse meid aangeplakt, vraag ik me af wat nu nog fijner kan zijn.

Het bed is prima, al vroeg wordt het donker, gaan de lichten uit en kijk ik naar buiten. Onder me voel ik de weg, de hobbels en deuken in het asfalt en de snelheid van de bus. I'm on the road again en wat kan er nou fijner zijn dan in de beweging van de reis te verblijven? De chauffeur rijdt maniakaal, ik besef op een gegeven moment dat al het getoeter op de weg aan onze bus gericht is, of van onze bus vandaan komt. Iedereen slaapt nu, en ik zie mijn leven wederom aan een zijden draadje hangen. Naar de sterren buiten kijkend bedenk ik dat dit nog niet zo'n slechte manier zou zijn om te sterven. Niet dat ik dat wil, maar met een blik op de eindeloze wijdsheid van het heelal maakt weinig me nog ongerust. Die 17 uur mogen 17 dagen duren.

's Middags arriveert de bus in Hoi An, recht voor een schitterend hotel. Mooi meegenomen, ik beding een goede prijs en check in. Hoi An en ik hebben wat tijd nodig om elkaar te waarderen, maar zo gauw als ik het touristische gedeelte verlaat smelt ik. Wat is de omgeving hier schitterend. Een australische jongen neemt me mee achterop z'n gehuurde motorbike. We bezoeken een bergje met grotten waarin gigantische boeddha's staan en gaan naar het strand.

Een heerlijke dag. Parijse Elise arriveert ook en met haar breng ik nog een ochtend en avond door, ze is heerlijk gezelschap. Als ze weg is arriveert Dane, een new Zealander die ik in HaNoi ontmoette. Onderweg heeft hij een Vietnamese vriend gekregen. Met zijn 3-en huren we motorbikes (4-takt brommers). Dane legt me de basics uit en dan vertrekken we voor een dag het land in. Vanaf een motortje zie je zoveel meer van het land. Ik ben blij dat ik kan oefenen, want als Eveline uit Goa komt moet ik haar achterop kunnen nemen.

Hoi An is als een sprookje; overdag de groene rijstvelden en nietsontziende zon, 's avonds lampionnen, in de bomen, langs winkels, bij restuarantjes.

Eveline en ik hebben afgesproken in Hue, een beetje noordelijker. Ik ontvang haar de ochtend na mijn aankomst daar. Arrivee Elizabeth Taylor.

We gaan samen de oude stad in, uit eten, uit drinken, dansen 's avonds. De 2de dag in Hue huur ik een motorbike. Zonder plan rijden we de stad uit, richting, uummmm, 'noord?'. 'ja, noord, goed idee.'

We hebben geen idee maar rijden langzaam aan de bergen in. Alles, alles is groen om ons heen, er zijn geen touristen meer. Ergens in een bos links van ons zie ik een rij bijenkorven, ik draai om, parkeer en we lopen het bosje in. Vier jonges hangen bij een theeketel in hangmatten tussen de bijenkorven. Ze spreken geen engels maar nemen de moeite om ons de binnenkanten van een bijenkorf te laten zien mbv een rokende stok. Eveline wil wat honing kopen, maar dat mag niet van ze, de jongens vullen haar 1/2 liter water fles tot aan de rand met verse honing, bijen drijven er nog in. Ze mag niet betalen.

We rijden verder, eindeloos ver, berg op, berg af, geen dorpjes meer, bochten, bergen, alles in 100 different shades of green. Eind van de middag komen we nog in een dorp terecht, we drinken wat koffie en draaien om. Benzine is bijgevuld. We hebben zo'n 150 km gereden als we Hue weer binnen rijden. Vietnam wint mijn hart vol overtuiging. 's Avonds genieten we weer van de heerlijk verse vietnamese keuken, veel groen, rijstpapier, verse vis, heerlijke sauzen, subtiele smaken en combinaties. Met een lekker koud biertje erbij.

De volgende dag huren we wederom een motorbike, nu richting strand en de steden rondom Hue. De architectuur van de huizen doet ons peinzen of het geen tempels zijn, kleurrijk versierd met grootse entrees, pilaren en dakversieringen die doen geloven dat er koningen wonen in de kleine villa's. Het strand is rustig, op een stoel genieten we van het uitzicht en de lokale bevolking, al vind ik het wel moeilijk om te zien hoe zwaar sommige mensen het hier hebben. Kreupel en met littekens in zijn gezicht strompelt een man over het strand met een zware lading spullen om te verkopen. Mijn hart breekt, ik geef hem wat geld en vervloek mezelf een minuut later dat ik hem niet meer heb gegeven. De volgende dan maar, er zijn genoeg mensen hier die krom lopen van een leven dat zwaar is, te zwaar misschien.

Eveline en ik leven als koninginnen lijkt het wel, niets overdrevens hoor, maar haast zorgenloos. Op de markt 's morgens lopen we als enige touristen. Een vrouw stopt haar lepel in mijn mond als ik vraag wat ze eet, zoete kikkererwten met ijs.

De reis moet weer voortgezet worden, Eveline heeft nog 2 weken en voor mij begint het aftellen ook al. Ik breng haar naar Hoi An en ga zelf verder naar Da Lat. Mijn reis duurt in zijn geheel 32 uur, waaronder een pauze van 4 uur in Hoi An.

En daar ben ik nu, in Da Lat, in de bergen, het is hier een stuk frisser, mensen lopen in wintertruien en jassen, maar dat is volgens mij alleen een excuus om een ruimere garderobe te hebben. Het is als India in de winter, nog steeds heerlijk warm, t-shirten-weer.

Nog een paar dagen en dan ga ik via HoChiMinCity (a.k.a. Saigon) langzaam dit prachtige land verlaten.

Kan iemand alvast op zoek naar een Vietnamees in Amsterdam?

du cafe

Twee weken terug, zondagochtend. Lucy, de engelse danseres,vertrekt vanmorgen naar Bangkok. We deelden samen mijn kamer en staan op het balkon aan het metaalbewerkersstraatje in Hanoi met een glas zelfgemaakte vietnamese koffie. Jammer dat ze weggaat. Uit een speaker die aan een boom naast mijn balkon hangt klinkt vietnamese operamuziek. Het wordt door de hele straat gespeeld.

Er breekt een nieuwe periode aan, ik sluit me op in mijn hotelkamer met een schildersezel, een spiegel en tekenspullen. Alles wat ik nodig heb bevindt zich in de straatjes om me heen. De grote spiegel kost me 2 euro, de ezel 4. De eerste dag dat ik wil werken stoot ik mijn speigel om, 10.000 stukjes over de hele vloer in mijn riante hotelkamer. Opvegen, naar buiten, nieuwe kopen, en weer verder.

De dagen zijnheerlijk, ik teken veel en voel me gelukkig. De avonden zijn eenzaam en leeg, ik loop in een bubbel door de stad, zit nog zo in mijn eigen wereld. Het vreet aan me. Zo fijn als ik de afzondering overdag vind, zo moeilijk is het 's avonds, ik zwerf door de stad en kom regelmatig in de jazzclub om de hoek. Ik denk dat er een bord achter me hangt met een foto van mij en de tekst 'WARNING: LONELY WOMAN'.

Een week gaat voorbij en dan verandert alles weer. In een koffietentje ontmoet ik een prettig gestoorde Nieuw Zeelander, Dane. Ik vertel hem hoe intens ik geniet van de vietnamese koffie, het is echt heerlijk. Hij drinkt bier, kiwi's zijn berucht. Hij heeft echter het leukste weetje van de afgelopen week: weasel coffee. Dit blijkt een delicatesse binnen de waanzinnige vietnamese koffiecultuur te zijn. Aan wezels wordt koffiebonen gevoerd, de uitgepoepte exemplaren worden vervolgens gebruikt voor de koffie. Het staat op het menu voor vanavond, dat wil ik niet missen. Het is een van de minst spannende culinaire verrassingen hoor, ik bedank voor hond, slangebloed en nog kloppend slangehart.

Met Dane trek ik 2 dagen op, hij vertrekt naar Sapa en ik ga weer eens alleen uit eten. In een van mijn favoriete restaurantjes komt een meisje binnen wandelen dat verdacht veel op mij lijkt. Ze is even lang, blond, alleen een stuk magerder. Ik vraag of ze erbij komt zitten. Elise, uit Parijs.

Het klikt meteen en we besluiten direct samen een paar dagen naar Halong Bay te gaan, een natuurreservaat in de zee.

Zo gezegd, zo gedaan. De volgende dag boeken we en voor ik het weet zitten we op een boot die ons door de meest adembenemende omgeving vaart die ik ooit heb gezien. Grote rotsformaties in de zee, bedekt met intens groene vegetatie. We slapen een nacht op de boot, maken een trekking voor een middag over een eiland en blijven daar nog een nacht slapen.

Wat is het schitterend en overweldigend, rustig en krachtig.

Elise is maar 2 weken onderweg en moet al snel weer verder. Het is grappighoe ons verschillende keren gevraagd wordt of we zusjes zijn. We gaan nog naar de jazzclub samen. Ze vertelt iets over haar piano en ik vraag haar of ze van Eric Satie houdt. 'ja, een van mijn favorieten', zegt ze. En Debussy? 'la mer' , zeggen we in koor. Als ik vervolgens vraag ofze Goldberg Variaties gespeeld door Glenn Gould kent staat ze op en schreeuwt springend met een zwaar fransaccent: ' I cannot bielieve iet! you are my siestere!' Ze isdeze werkennet aan het spelen op haar piano. Alsof het nog niet gek genoeg is zeggen we tegelijkertijd out of the blue 'Pink Floyd'.

Niet dat we het daar eerder over hadden gehad.To top it off vraagt ze of ik het Koln Concert van Keith Jarrett ken. 'ja', zeg ik, 'heb ik op LP.' 'Ik ook', zegt elise,' op LP'. Ik ken bijnaniemand die verder nog grammofoonplaten speelt.

Vannacht bleef ze logeren in mijn hotel en vanmorgen is ze vertrokken naar Hue, wellicht dat ik snel volg. Ik ben er nog niet geheel uit, want een grote verrassing kondigde zich vorige week aan.

Ik had Eveline, Sophia Loren uit Goa die ik aan het begin van mijn reis heb leren kennen, geschreven over de vietnamese koffie. Ik raak er maar niet over uitgepraat, het is zo stroperig en smaakvol, krachtig, zoet en verrukkelijk. Eveline zegt altijd hoe haar enige verslaving een kopje koffie is, dus ik kon haar deze info niet onthouden.

Je moet echt een keer naar Vietnam komen om die koffie te proeven hoor, schrijf ik haar.

Een dag later krijg ik een maitje terug: Bon, blijf daar nog even, ik ben er over 2 weken.

Dus ik weet nog niet wat ik de komende 10 dagen zal doen. Blijven in Hanoi, of alvast vooruit gaan en haar opwachten in Hoi An. Ik zal het vanavond besluiten over een kopje weaselcoffee.

saying hello and goodbye

Vrijdag 24 april, acht uur 's avonds. Ik zit met een laken om me heen in een hotelkamer in Bangkok terwijl mijn enige kleren aan een haakje in de badkamer proberen te drogen. Mijn backpack ligt in de opslag van de internationale luchthaven Thailand.

' Wat doe ik hier? Waarom heb ik niet beter geinformeerd voordat ik naar Vietnam wilde vertrekken? Oh, domme, domme vrouw.' Vermoeid leg ik me bij mijn over mezelf afgeroepen lot neer. Ik ontkurk een flesje zoete bubbelwijn en probeer te genieten van de luxe van de hotelkamer, mijn laatste dag als zodanig, maar weinig interesseert me minder. Ik wil weg uit Thailand, weg van de hitte, de voedselgeuren, de mensen, de vulgairheid, het gevoel op vakantie te zijn. Ik heb geen vakantie verdiend, wil de wereld zien, reizen, proeven, voelen, ruiken, en horen, maar niet meer 'sawadee kaaaaaa' (thais voor ' hallo').

Vanmorgen was ik met de taxi door de spits van Bangkok naar het vliegveld gegaan, ticket naar Hanoi stevig in mijn hand, 'niemand houd me hier nog langer'. De rit duurt gemakkelijk een uur door de gigantische file waar deze stad uit bestaat. Ruim op tijd , you live you learn, wil ik inchecken. De vriendelijke steward bladert eindeloos door mijn paspoort en komt tot de conclussie dat ik niet weg kan, want ik heb geen visum voor Vietnam en dat is voor Hollanders een vereiste (niet voor alle Europeanen).

Dit wordt een erg lang verhaal met een hoop gedoe en ambassadebezoeken en wat meer. Het komt erop neer dat ik mijn vlucht een dag verzet, dan ben ik qua visum op de valreep vertrokken uit Thailand, en nog een nacht in het hotel downtown verblijf.

Mijn vader is enigzins verbaast als hij me weer ziet opduiken in het hotel na ons afscheid, maar heeft gelukkig de moed om nog een dag met me door te brengen, terwijl ik zwetend van hot naar her taxi.

Dan breekt een nieuwe periode aan. Het is zaterdag 25 april 18:30 en ik zit ergens op een groot balkonterras midden in Hanoi. Ik kijk uit over het drukke verkeersplein onder me, en het meer links van me en schrijf in mijn dagboek 'ik ben verliefd'. Hanoi, wat een prachtige stad; frans, aziatisch, druk, bruizend, elegant, ik voel me hier zonder omwegen thuis.

In het vliegtuig 's middags raak ik in gesprek met een Arabier uit Koeweit, net voor we landen, Latif. Hij is een vriendelijke oudere man, in Hanoi voor zaken: meubels en accesoires.

Hij mag zijn visum wel bij aankomst regelen dus we zeggen gedag voor de douane. Als ik buiten me probeer te orienteren op het taxiwezen komt hij naar me toe en nodigt me uit mee te gaan met zijn gastheer, de eigenaar van een lakwerkhandel. De lange rit in de gekoelde Lexus SUV is bijzonder aangenaam. Ik breng de volgende 2 dagen met hem door, zie de fabriek waar het meeste lakwerk van Hanoi gemaakt wordt, leer wat over het proces van vasen maken en lakken en geniet van een lunch met Latif , zijn gastheer en de secretaresse.

Latif vertrouwt me van alles toe 'you are like my sister'. Dat is altijd een fijne positie om in te zitten, want als een moslim dat tegen je zegt krijg je geen gedonder, met je zus wordt niet geflikflooid.

Hij vertelt hoe hij toen hij jong was (hij is nu 57) erg lang een playboy is geweest, maar nu een rustiger leven waardeert. Het gezinsleven wordt hem soms wat te veel, hij heeft 6 kinderen met zijn vrouw. Reizen voor zijn werk vindt hij heerlijk en hij zou wel net als ik een tijd onbezorgd er tussen uit willen gaan.

In Bangkok heeft hij een kapster ontmoet die 'een goede vrouw' is, ze is weduwe, heeft kinderen en is schoon (' a clean woman'). 'I am a stupid man', bekent hij. Ik heb een geweldige vrouw thuis, jonger en mooier dan deze thaise vrouw, maar als ik op reis ben wil ik ook bij iemand kunnen zijn, en ik heb geen zin in prostituees. 'I am stupid'' zegt hij weer. ' But if you eat apples every day, sometimes you feel like something else.' Ik moet lachen.

Een beetje ongemakkelijk toont hij me het visitekaartje van de thaise vrouw, hij wil haar morgen ten huwelijk vragen als hij weer in Bangkok is, maar het kaartje bestaat vrijwel geheel uit Thaise letters. Hij wijst op wat westerse letters. 'do you think this is her name?', vraagt hij me.

Laser, staat er. 'I don't think so Latif, sorry.' We verblijven in hetzelfde hotel. Als hij de volgende morgen vertrekt laat hij zijn vietnamese sim-card voor me achter.

Dan begint mijn tijd in Hanoi, free time, om onbezorgd door de stad te slenteren. Ik zoek, en vind, een nieuw hotel. Het is schitterend hier, een grote kamer met hoog plafond waarin ik kan dansen, hoge ramen met gietijzeren hekjes ervoor en franse luiken, en openslaande deuren naar mijn balkon. Ik hang nog net geen nieuwe lamp op, maar voel me hier zo heerlijk thuis. Ben mezelf in Thailand echt even verloren, maar vind me hier weer terug, en mijn vrouwelijkheid.

Mijn stemming kleed ik aan met zijde kleren, eindeloos veel, want er zijn hier straten vol gevuld met kleermakers en zijdeverkopers. Wat een genot, scenes uit Indochine met Catherine Deneuve flitsen voorbij.

Mijn vreugde wordt alleen nog maar vehoogd door de komst van een vriendin die ik heb leren kennen in noord-Thailand, Lucy, de danseres die me redde en naar de dokter bracht.

Enthousiast vliegen we elkaar in de armen als we elkaar zien bij het grote meer in de oude stad. Ze logeert bij mij in de franse kamer en we boeken een reis naar Sapa, een bergstad in het noorden.

Twee dagen brengen we samen door, trekkend met een groep door de bergen, langs inheemse dorpjes en vergezeld door verkooplustige stamvrouwen. We lachen wat af en genieten van de prachtige natuur en elkaars gezelschap. Dat de opdringerige verkooptechnieken van de lokale bevolking ons nogal vermoeien maakt de band eerder nog sterker dan wat anders.

Dan gaan we terug naar Hanoi, een nachttrein, waarin ik nauwelijks slaap, maar gelukkig wel mijn meest lenige posties kan uitproberen om te zien wat het meest comfortabel hangt in zo'n treinstoel (we konden geen bedden krijgen).

Bij terugkomst staat me een afspraak te wachten met een hele leuke jongen uit Alaska die ik eerder had ontmoet, en die helaas alweer de volgende dag vertrekt. Ach ja, zo gaat dat reizende, je hebt het geluk om nieuwe prachtige verbindingen aan te gaan, maar moet die ook weer loslaten en verder gaan.

Ik word een expert in afscheid nemen.

Luxus

Het reizendeis voor 2 weken vervangen door vakantie in gekoelde luxe op zachte bedden die slechts fluisteren van zorgeloosheid en zoete cocktails.

Hua Hin is zonnig en warm, niemand lacht er niet.

We bewegen een beetje, af en toe, als het moet, nou vooruit, als het cocktailhour wordt.