beter

Gisterochtend voelde ik me aanzienlijk beter, besloot om Chiang Mai te verlaten en per bus de bergen in te gaan, naar Pai. De engelse danseres bleek daar ook nog tot de avond te zijn en kwam me uitgelaten van de bus ophalen. Ze nam me mee naar haar verblijfplek; kleine bamboohutjes aan een riviertje, trapje op naar de verranda, matras op de grond met een grote klamboe erover en via een achterdeur, trapje naar beneden, een badkamer.

Heerlijk is het hier, een beetje koeler en omgeven door jungle. Gisteravond een massage genomen en vanmorgen 2 uur yogales. Thailand begint zowaar te wennen.

no fine balance

Gisteren, begin van de middag, na mijn internetsessie loop ik het koele cafe uit om tandpasta en mascara te kopen. Mijn mascararoller is afgebroken, van de hitte denk ik graag, zelfs ijzer is hier niet tegen bestand.

Ik voelde me al wat beter, dus kon wel een klein wandelingetje gebruiken. Nog geen minuut later voel ik me al minder, nog geen 2 minuten later klamp ik me vast aan een stoplicht omdat ik bijna flauwval.

Ik wacht tot ik over kan steken en loop een drogistrij met airconditioning binnen. Op een hoge make-up stoel achterin de winkel zijg ik ineen. Onverstoord blijft het verwijfde jongetje met te grote schoenen doordansen en meezingen met zijn castratostem op de suicide muziek die ook hier wordt gespeeld. Zeker een kwartier blijf ik als een natte lap in de stoel hangen, er gaan 3 dweilnummers voorbij. Dan komt het jongetje naar me toe 'are you okay?'.

Nee verwijfde drol, dat kun je toch zo ook wel zien. Ik ben hondsberoerd. Als jullie die kleremuziek nou eens afzetten en ophouden met onafgebroken dat smerige voedsel naar binnen te stouwen zodat ik geen kokhalsneigingen krijg en de airco een standje hoger zetten, zal ik eens kijken naar een mascara. Godverdomme!

Ik forceer een glimlach en zeg : ' it's the heat' Er komt niks anders uit.

Hij biedt me zijn gebruikte snuifstick aan, waar ik even aan snuffel en die ik met een minder geforceerdere glimlach teruggeef. Na een paar minuten gaat het weer wat beter en ik koop een mascara. Langzaam loop ik terug naar mij guesthouse, alwaar ik besluit een airconditioned room te nemen. Ik vraag een meisje dat er werkt of ik een bedsheet kan krijgen.

'bedsheet?'

'yes, could you get it for me please?'

'get it for me.' (punt)

'i'll get it myself, don't worry.'

Beneden, buiten, naast het bordje waarop staat

extra bedsheet 15 bhat

towel 10 bhat

zit een meisje. Ik vraag haar om een extra bedsheet.

'elta bedsheet?'

'yes' en ik wijs op het bordje.

'shower?' vraagt ze.

Ik kijk haar aan. Haal mijn wenkbrauwen op en begin moedeloos te worden.

'shower?', vraagt ze weer.

Dan begint ze te giechelen: ' haha, no, no, towel? Towel?

'No thank you, no towel, just a bedsheet is fine. Thank you.'

Ze roept de hulp van een man in, en samen duiken ze een aangrenzend kamertje in.

Even later kan ik met mijn stuk stof naar boven.

Als ik me uitgekleed heb en eindelijk onder mijn laken wil liggen zie ik dat ze me een tafelkleedje hebben gegeven. Ik kleed me weer aan en ga naar beneden.

Afin, inmiddels ben ik dus gesettled in een airconditioned room, en zolang als ik daar blijf voel ik me behoorlijk goed, nogal opgesloten en een klein beejte verveeld af en toe, maar niet te slecht.

Zodra als ik me langer dan 5 minuten buiten begeef gaat het met rappe schreden achteruit. Ik snap hier niks van, heb in Suriname gewoond en in augustus in Marokko gekampeerd, het was toen 50 graden. Maar ik kan er ook even niets aan doen. Ben gewoon een suf konijn op het moment.

Nadat ik ergens ontbeten heb vanmorgen, waar ze ook weer van die kutcovers draaiden, wil ik een goed boek in uitstekende staat, ruilen voor een ander goed boek, en dat mag best in een mindere staat zijn.

Het boekenwinkelmeisje kan niet minder geinteresseerd zijn. ' have you got 'a fine balance' ?'

Ze schudt haar hoofd. ' no you don't have it?' ik geloof het niet. 'or no you don't understand?'

Ah ; no she don't understand. Fijn. Of ik het even op wil schrijven. Ze heeft hem hoor, wel 4 kopieen. Belt haar baas. Uiteindelijk wordt er helemaal geen fine balance bereikt, want ze wil veel geld voor de 2de hands paperback, en bijna niks geven voor mijn perfectstatige hardcover 'white tiger'. Stom als ik ben probeer ik haar ook nog uit te leggen dat ze ALLEBEI de man booker prize gewonnen hebben. Maar het kan haar niet minder schelen, ze wil mijn prizewinning novel niet.

Fine, dan riskeer wel een wandeling voor een andere ruil.t

Heb nog heel wat te doen vandaag.

sick

Het is zaterdagochtend en ik kom net bij de dokter vandaan.

Na 2 dagen nieuwsgierig door Bangkok gelopen te hebben begon het voedsel me enorm tegen te staan. Overalzijn etensluchten hier in Thailand, en niet subtiel. Sterke zoet-zoute soja geuren, gedroogde vis, gefrituurde vis, knoflook, bakluchten, eindeloos veel in die klamme hitte hier.

Progressief werd ik misselijker en misselijker en telkens moest ik een supermarkt in rennen voor wat koele lucht omdat ik anders flauw zou vallen of zou gaan overgeven. Niet dat zo'n supermarkt je behoedt voor voedselgeuren hoor, er wordt daar door het personeel ook onafgebroken gekaand. Ik besloot Bangkok zo snel mogelijk te verlaten, had de kunst gezien die ik wilde zien in moderne galleries en kon geen met etenswarenoverstelpte straat meer zien.

Met de nachttrein naar ChiangMai. 16 uur onderweg, maar heerlijk in schuddend vervoer. Op het station terwijl ik gillend een paar enorme cockroaches uit mijn haar probeer te slaan (ze zijn hier 7 cm lang) ontmoet ik een engelse balletdanseres, Lucy, die ook een paar maanden in India heeft gezeten, we zitten in dezelfde coach. De treinreis is mooi, het groene landschap is een verademing. We 's arriveren middags in Chiang Mai en besluiten later wat af te spreken. Lucy gaat een trekking doen de volgende dagem en heeft al een hele planning. Ik zoek een stekkie in de lonely planet.

Mijn hotel spreekt niet tot de verbeelding, maar ik heb niet de puf om nog te verhuizen. Ik neem een douche en ontmoet Lucy ergens in de stad. Na een kleine maaltijd en een glas wijn taai ik af, ben niet lekker.

De volgende 2 dagen breng ik door in bed, half slapend, half lezend. Ben enorm moe, misselijk , heb rare pijntjes en (nog steeds) diarree. Er is geen tv op mijn kamer en ik kan geen houding meer vinden om in te liggen die geen pijn doet, komt waarschijnlijk door het doorgezakte matras waar ik op kreukel.

Eind van de middag ga ik maar douchen om eens wat anders te doen dan alleen maar morbide gedachten door mijn lijf te laten kronkelen. Ik hoor wat bij mijn deur, en als ik uit de douche kom staat Lucy daar met een tas vol boodschappen. Ze kwam net terug van haar trekking en had me onderweg gesmst, of ik zin had om wat leuks te doen. Ik berichtte terug dat het niet zo waanzinnig ging, dus de schat heeft van alles voor me meegenomen. Ze neemt me ook meteen mee naar de dokter, waar ik gisteravond een klein onderzoekje kreeg, en vanmorgen uitslag en wat antibiotica.

Het blijft onduidelijk voor mij wat er precies aan de hand is, dit wordt mijn 4de antibiotcia kuur sinds ik Nederland verlaten heb, maar ik begrijp wel dat er iets moet gebeuren.

Iniedergeval voel ik me vanmorgen al wat beter. Het is alleen jammer dat er overal in Thailand (dus ook in internetcafe's) muziek wordt gespeeld waar je suicidaal van wordt: oversofte versies van westerse tearjerkers gezongen in veel te hoge stemmen. Servicenummers in Nederland zouden het nog niet als wachttoon durven gebruiken. Verder gaat het uitmuntend. Ik kijk ernaar uit om eind volgende maand naar Vietnam te gaan.

foto's

heb overigens ook de trekkingfoto's toegevoegd

stunned by art and food

Gisterochtend om 6 uur vertrokken naar de luchthaven van Kathmandu. Ik vlieg met Nepal Airlines, een waaibomenmaatschappij die aanzienlijk goedkoper is dan de rest, maar bekend staat om de nodige problemen en extreme vertragingen. We zouden om 09:00 uur vliegen, maar als er om 09:15 nog een team mannen onder de cockpit naar een paar kleppen staat te kijken besef ik dat we dat niet meer halen. Niet dat er iets wordt aangekondigd hoor, we kunnen zelf wel zien dat ons vliegtuig 20 meter verderop niet in orde is.

Afin, we vertrekken een half uur later alsnog, met dezelfde kist. Een Nepalees naast me frummelt onafgebroken aan zijn bidkralen en begint heftig te bidden als we opstijgen.

Hij heeft goed zijn best gedaan, want we komen keurig aan op Bangkok airport.

Daar stap ik een hele andere wereld in, eentje die ik haast vergeten was; een wereld van luxe, waar onafgebrolken elektriciteit is, alles is schoon en zo enorm modern. Ik kijk mijn ogen uit. Een oudere Amerikaan die ik in het hotel in Kathmandu had ontmoet gaat naar een hotel waar hij al jaren komt, ik ga mee.

Na me opgefrist te hebben loop ik naar wat het touristenmekka van Bangkok zou moeten zijn: Ko Sahn road. Wat een ramp. Het is 1 lange straat die helemaal vol is met te bloot geklede, witte, glimmende mensen, die allemaal dezelfde soort t-shirtjes, tattoos, en jurkjes dragen. Geen siamees te bekennen.

Ik ga terug richting het hotel, eet een groentecurrysoep en drink een cocktail. Vrij vroeg ga ik naar bed, maar wat een klamme hitte. Helaas moet ik elk uur mijn kamer uit rennen, want het toilet is op de gang, en ik ben nog steeds af en toe aan de race.

Vanmorgen besluit ik lekker mijn eigen weg te volgen, de planet de planet te laten zijn en het nationale museum op te zoeken. Op straat koop ik een voorgesneden ananas en bij een vrouwtje op straat bestel ik een groen sap dat van bladeren gemaakt is. Ik denk dat boterbloemen zo smaken als dit sapje. Het vrouwtje eet ondertussen haar ontbijt. 'smaakt het?' vraag ik. 'ja', kinkt ze. Voordat ik wegloop geeft ze me een stuk van haar gedroogde vis-peper-lente-uitjes-omelet, het smaakt goed.

Het nationale museum huist een onwaarschijnlijke schat aan schoonheden. Ik heb nog niet eerder met mijn mond open van verbazing staan staren naar een uitgehouwen slagtand van een olifant. De detaillering van de kunstwerken hier slaat alles. Ik spendeer mijn hele ochtend en een groot stuk van de middag in de verschillende gebouwen van het museum. Ook eet ik er mijn eerste hot en sour soup met garnalen, lekker hoor.

Rond half drie wandel ik eeens naar buiten, linksaf, reachtsaf, langs een park, verderop zie ik een markt. Ga maar eens kijken, er zijn geen touristen meer te bekennen, dus ik begin me al wat beter te voelen.

En ja hoor, hier is hij dan, de meest bizarre voedselmarkt die ik ooit heb gezien. Nog niet eerder in mijn leven is het me gebeurd dat er bij elk stalletje dat ik zie dingen liggen die ik nog nooit heb gezien en waarvan ik niet weet wat het is, en wat de verkopers me ook niet uit kunnen leggen. Er zit maar 1 ding op:

het gewoon in mijn mond stoppen.

Bij het tweede stalletje gaat het al meteen lekker, de verkoopster biedt me wat aan, en als ik al sta te kauwen, zegt ze 'porc'. Ach ja, het smaakt wel.

Naast haar verkoopt iemand onverklaarbare rauwe jelly-achtige dingen in verschillende kleuren.

'Doe me maar een portie', zegt het meisje dat al 6 maanden af en aan diaree heeft. Ik kan het gewoon niet helpen, moet weten wat het is. Niet dat ik daar achter kom hoor, het smaakt als groente in een soort rauw deegje, met soms wat krokants ertussen. Wat dat is weet ik niet, ik denk maar niet teveeel aan alle torren en sprinkhanen die ik eerder zag. Ze verkopen hier zelfs gegrilde kikkers (heel) en schorpioenen. Zo dapper ben ik nog niet.

Ik maak eindeloos veel foto's van al het bijzonders, en blijf onwetend. Onderweg naar het hotel koop ik nog wel 3 verschillende pakjes zeewiersnacks en wat kleurige zoetigheid. Ik zie al weer wat blanken, maar Bangkok voelt niet meer als de Spaanse oostkust. Om de hoek van het hotel haal ik mijn was op, eindelijk echt schone kleren.

Vanavond maar weer iets nieuws proberen.

update on travel

Vanwege het geluk van een bezoek mijner vader en broeder zijn mijn reisplannen aanzienlijk veranderd en vlieg ik morgen naar Bangkok.

China wordt in zijn geheel overgeslagen (deze trip) en ik vervolg richting Vietnam daarna.

Mijn retourticket staat nog steeds geboekt op 7-7 van Bangkok naar Amsterdam, maar daar denken we nu nog maar even niet aan.

Eerst nog maar genieten van mijn laatste dag in mooi Nepal. Gisteren teruggekomen in Kathmandu, na een lange busrit met een lekke band, en Carolien weer ontmoet.

Nepal vind ik prachtig qua landschap en de mensen ontroeren me met hun zachtheid en vriendelijke gezichten. Toch blijf ik India missen en vlieg ik ook met een gemengd gevoel naar Thailand, nog verder weg.

Kijk overigens wel uit naar een Thaise soep met garnalen,vis heb ik al een half jaar niet meer gegeten.

pictures in my mind

Dinsdagochtend, erg vroeg, worden Carolien (mijn buurvrouw uit west) en ik opgehaald door onze gids voor een 4-daagse trekking in de Himalaya's. Met een taxi rijden we naar de startplaats ergens hoger in de bergen. De ramen moeten dicht blijven want vandaag is het holi-festival, dan wordt er met kleurpoeder gegooid.
Het valt gelukkig reuze mee, pas als we de eerste berg op wandelen worden onze gezichten versierd met rood pigmentpoeder. Carolien ziet er uit als een blanke Indiaan.
Om eerlijk te zijn heb ik geen idee waar aan ik begonnen ben, een 4-daagse trekking naar een berg en wat hotsprings, het klonk wel leuk. We hoefden alleen wat kleren mee te nemen, en onze gids draagt de rugzak. Easypeasy.
Al na een uur vraag ik me af wat ik in godsnaam dacht toen ik deze trip boekte. Jezusmina!! Ik ben nu al moe. We blijken vandaag voornamelijk bergop te lopen.

Begin van de middag nemen we een lunchpauze, dahl-baat; een kilo rijst en wat groente. Ik wil mijn goedontwikkelde eating-with-your-hands-skills showen en begin trots met mijn handen de dahl door mijn rijst te kneden. De enige reacties zijn verbaasde en geschokte blikken, zelfs onze gids doet chique met zijn lepel, aansteller. Ik ben echter inmiddels verindiaast hoor, en doe niet meer aan bestek. In Nederland gaat de boerenkool straks ook gewoon met de vingers. Er zijn trouwens shockerendere dingen te zien tijdens de maaltijd, denk ik zo, als ik kijk naar de vrouwen die in grote getalen langswandelen met afgehakte schapenkoppen in hun handen.
Onze gids lepelt de hele kilo rijst op die op zijn aluminium bord ligt, en geeft ook zijn tweede helping een plekje. Carolien krijgt bijna de helft op, en ik worstel me door de hele eerste portie heen (de hoeveelheid rijst heeft bijna de omvang van een kilopak suiker). We moeten weer verder.
Trapsgewijs, tree na tree na tree na tree. Eindeloos. Alleen door je verstand op nul te zetten en je blik naar beneden te richten (je wilt hier echt niet onderuit gaan, er zijn geen medische posten of wegen in de bergen) krijg je jezelf omhoog. Ik wilde dat ik vanmorgen bij het douchen niet 3 keer mijn meest-favoriete indiase filmliedje had geluisterd, want het herhaalt zich nu irritant vaak in mijn hoofd, en begint inmiddels aardig op mijn minst-favoriete liedje te lijken.
Eind van de middag arriveren we eindelijk bij een hotelletje, we zijn gesloopt, wat een uitputtingslag, we hebben non-stop gestegen. Onze rustplek is gelukkig wel heel mooi gelegen en de volle maan waarnaar we 's avonds kunnen kijken vanuit onze bedden in het kleine kamertje maakt een boel goed. Ze is gigantisch groot en verlicht bijna de hele vallei.
Dag 2 breekt aan en we zijn gewarschuwd, vandaag weer alleen maar stijgen. Het is inderdaad weer zwaar, maar ook wel bijzonder om zo in de natuur te wandelen tussen deze gigantische jongens, de bergen die de Himalaya's vormen. Onze gids spot een paar roofvogels en als we dichterbij komen zien we hoe een grootte groep gigantische monsters een paard verschalken. De vleugels van de hongerige joekels zijn per stuk wel een meter breed, ik heb nog nooit zoiets gezien. Een prachtig national geographic moment, en daar sta ik dan, na een jeugd lang dromen over een carriere als NG-fotograaf, met een klein digitaal kutcameraatje waarmee ik niet eens fatsoenlijk in kan zoomen. Pictures in my memory, denk ik dan maar, kunnen mooi opgeslagen worden naast al die andere foto's van de afgelopen maanden die ik kwijt ben geraakt. Ik vraag me af waar ze naar toe gaan als ik ooit dement word.
Gelukkig komen we al vrij vroeg 's middags aan bij het hotel. We gaan allebei even slapen. Vandaag hebben we namelijk wederom alleen gestegen. Na het avondeten moeten we enorm om onzelf lachen op de kamer, Carolien is grieperig geworden en ik ben onverwachts (wat ben ik ook een muts) ongesteld geworden en zit hier op een berg zonder de benodigde toebehoren (en denk maar niet dat ze hier tampons verkopen). Het is nog vroeg, een uur of negen, maar de buren hebben duidelijk minder gevoel voor humor en kloppen op de deur of we stil kunnen zijn, de slappe lach wordt niet gewaardeerd.
De volgende ochtend om 5 uur begrijp ik de wens voor stilte en rust van de buren wat beter, want het is akelig vroeg om wakker te worden. Zeker nu het zo enorm koud is. Carolientje staat al naast haar bed en buldert: 'HIER WORDT HET KAF VAN HET KOREN GESCHEIDEN!'. Ik sta ook maar op. We trekken alles aan wat we hebben, maar dat is nog steeds vrijwel niets, een t-shirt, een truitje, een legging en een hotpants eroverheen.
Ik zie er belachelijk uit, maar besef pas als ik buiten kom precies hoe belachelijk. We worden omgeven door een team van proffesionele koudestrijders, iedereen heeft dikke donsjacken aan, handschoenen, mutsen, sommige zelfs skibroekachtigen, en daar staan we dan, in een legging, met een schattig lichtblauw truitje (ik) en een fleecevestje (Carolien), niet helemaal klaar voor de 400 meter die we omhoog moeten klimmen om de zon te zien opgaan boven de Fishtailmountain (een fenomeen).
De klim is enorm zwaar weer, maar de koffie en het uitzicht bovenop Poonhill zijn de moeite waard. We gaan weer terug naar het hotel, ontbijten, en zijn de rest van de dag bezig met afdalen. Tree na tree na tree na tree. De omgeving is schitterend, er staan veel bomen in bloei, rodondenerons, bananenbomen, roodbloemige en witbloemige bomen. Mijn ogen zijn blij. Mijn knieen niet. Ik denk dat ik ze onherstelbaar heb verwoest vandaag, want ik kan aan het eind van de dag de trap van het hotel bijna niet meer afstrompelen. Ik ga nog wel even in de heetwaterbron zitten waar dit stadje bekent om is, maar het is me wat te warm en ik ga liever een biertje drinken met Carolien.
Het hotel serveert heerlijk eten, maar de bedden zijn te smerig om op te slapen. Ik vraag me af of ik de volgende dag wakker zal worden met een peper-en-zout coupe van alle zwarte haren op mijn kussen.
Helaas word ik alleen wakker met enorme pijn in mijn knieen. Gelukkig is het de laatste dag. We hoeven alleen maar vlakke stukken te lopen, perfect voor een poldergirl. Vermoeid maar verzadigd van de mooie beelden lunchen we in de stad vanwaar onze bus terugrijdt naar Pokhara, homebase. Ik strompel.
De busrit blijkt de genadeslag te zijn. Vier uur lang worden we van onze piepende stoelen afgelanceerd terwijl we langs ravijnen rijden op een weg die smaller is dan de bus breed. Met een boog belandt Carolien bijna op mijn schoot als ze haar hoofd stoot na weer een gat in de weg, die gevolgd werd door een hobbel. We lachen er maar om, maar ik bedenk ook alvast wat mijn laatste woorden voor mijn ouders en vrienden zullen zijn, en overweeg de gids te vragen om mijn ouders te zeggen dat ik van ze gehouden heb. Zelfs sommige Nepalezen kijken ongegeneerd angstig en paniekerig uit hun ogen.
Maar, zoals inmmiddels duidelijk is, ik heb het overleefd, en kijk met veel genoegen terug naar de mooie pictures in my mind.

route bepalen

Kathmandu, een paar dagen rondgewandeld, veel geslapen, verkouden, en weer verder gewandeld.

Ergens op een kaartje zag ik een park staan. Als ik 's morgens vroeg wakker word loop ik die richting op, de stad uit, verder nog, de bergen in, het bos in, geen vermeldingen meer van plaats en omgeving, geen touristen, alleen wat bussen en Nepalezen. Uiteindelijk ga ik op een steen zitten langs de kant van de weg, even rusten, ik loop al 3 uur. Een nepalees meisje komt op me af en vraagt me mee naar haar huis. Ze is schattig, 20, en draagt herenschoenen die zeker 2 maten te groot zijn. Het huisje is heel klein, vochtg en arm. Voor de deur zit moeder, die gehandicapt is naast een heg voor zich uit te staren. Het meisje maakt een kop thee voor me en kleedt zich om. De thee gooi ik per ongeluk om.

Dan gaan we weg, ze weet wel een mooie plek om me te laten zien. Een eind verder de berg op per lokale bus ligt een soort klooster, Osho community. Het is er prachtig en rustig.

We lopen wat rond en gaan dan terug, berg weer af, wandelen. Er is niemand te bekennen.

Opeens hoor ik een vrouwenstem: 'hello, excuse me..' Een meisje, waar we heen gaan.

Naar beneden, Kathmandu, waar kom je vandaan trouwens? vraag ik. 'Holland, Amsterdam, bij het Hugo de Grootplein.' Op vreemdere plekken ontmoet je ze niet hoor, je buren.

Vanmiddag zijn we samen, mijn buurvrouw en ik, per bus in Pokhara aangekomen, een stad in het midden van Nepal omgeven door de Himalaya's. Het is hier schitterend. We kunnen ons geluk ook niet op als we het hotel zien dat ons getipt werd, gisteravond door 2 belgische huncks met wie ik oud en nieuw 'vierde' in Jaipur en die ik opeens zie zitten in het restaurant waar we eten in Kathmandu. Kan iedereen het nog volgen?

'God is great Msabu.'