woestijnvrouwen
Wanneer ik arriveer in het hotel blijkt dat ik meteen verder kan naar de beauty salon. Ik had een van de 4 broers die het hotel runnen verteld dat ik mijn benen wil laten waxen. Er is een hindustaanse salon waar geen touristen komen, of ik daarheen wilde. Zo'n buitenkansje laat ik niet gaan. Het wordt trouwens tijd, ik heb nu al meer dan een week haar op mijn benen gespaard, en het moet eraf. Ik krijg een lift naar een winkeltje, in de achterkamer is de salon. De ruimte is 2,5 bij 4 meter en er zitten 14 vrouwen in. Een dame krijgt een gezichtmassage, een andere wordt een masker aangebracht, bij een meisje worden de armen gewaxt en een er wordt ook nog iemands haar geknipt, deze vrouw staat. De rest zit en wacht, kletst, lacht. Het is bruiloftenseizoen, vandaar. Overbodig om te vemelden dat het een niet schoon is hier.
Na bijna 2 uur worden mijn benen besmeerd met kokend hete wax. Het doet pijn, maar dat is niet het ergste, mijn haren zijn nog te kort, dus de helft blijft zitten. Na 3 keer waxen zit ik onder de rode bulten en ben ik nog steeds harig. Niks aan te doen, misschien ga ik later nog een keer.
Ik ben iniedergeval klaar voor mijn kamelensafari, 2 dagen geen gerommel aan mijn lijf, geen douche of wc, just me and my camel.
Oh ja, en 4 Noorse vrouwen. Vanuit het hotel vertrekken we. Met een jeep rijden we de woestijn in. Bij een afgelegen dorpje wacht onze cameldriver. Hij laat ons enkele huizen zien voordat we bij hem thuis chai krijgen. de huizen zijn gemaakt van een mengsel van koeimest, zand en water. Sommige huizen zijn versierd met decoratieve schilderingen. Het leven hier is puur en eenvoudig. In een bijkamertje naast zijn huis zit de dochter van de kamelendrijver, ze maalt tarwe of een grote steen.
Na de chai bestijgen we onze kamelen. We rijden tot we in de zandduinen zijn en hier wordt het kamp opgezet.
Ik laat de Noorse dames alleen en wandel naar een fijn duintje om te genieten van de zonsondergang. Opeens komt er vanaf een andere duin een rode woestijnhond aangerend. Vol overtuiging komt het beest op me afgerend, werpt zich aan mijn voeten, gaat op haar rug liggen en begint te huilen en piepen. Ze legt haar hoofd tegen me aan en kijkt me onafgebroken aan met haar amberkleurige ogen. Ze is lief, maar wanneereen andere hond dichterbij komt kromt ze haar rug als een wolf, alle haren overeind en een indrukwekkende rij tanden.
Ik sta op om me weer aan te sluiten bij de andere vrouwen, ze loopt mee. De kamelendrijvers zijn minder blij en jagen haar weg. Dat begrijp ik. De dames en ik genieten van de zonsondergang, de sterren die langzaam verschijnen en de maaltijd die voor ons gekookt is. Als we later met zijn 5-en naast elkaar onder een pak dekens in een duinpan liggen zie ik de onwaarschijnlijkheid van de situatie. Vijf vrouwen met allemaal natuurlijk blond haar (heel blond zelfs) in een Indiase woestijn aan de grens van Pakistan.
Het is heerlijk fris 's nachts. In alle vroegte word ik wakker van het gerochel en gespuug van een van de kamelendrijvers. Op nog geen 3 meter van me vandaan zie ik een vage contour bovenop de duinpan. Het begint pas net een beetje licht te worden, en als mijn ogen wat meer gewend zijn begrijp ik dat het de hond is die daar de wacht houdt. Wanneer ze ziet dat ik haar heb opgemerkt komt ze enthousiast op me afgerend en duwt haar natte neus in mijn gezicht. Heerlijk wakker worden. Vies ben ik toch al.
Na het ontbijt rijden we weer een eindje op de kamelen. De vier Noorse vrouwen gaan terug naar de stad, ik reis verder met een nieuwe groep, 7 jonge mensen uit Australie en Engeland. Tot het eind van de middag blijf ik bij hen, ze zijn leuk, ontspannen en lachen veel. Na zonsondergang word ik met een jeep opgehaald en ga ik terug naar het hotel.
Na een douche tref ik de Noorse dames weer. We drinken wat bier, wijn en later met een van de jongens van het hotel nog whiskey. Vanmorgen heb ik een klein katertje, maar niet onoverkoombaar.
Straks ga ik met een van de Australische meiden terug naar Jaipur, het is bijna tijd voor mijn stilteretraite...
favoriete plek
Het gedetailllerde beeldhouwwerk in de stenen gebouwen is overweldigend, zelfs de plafonds zijn bewerkt. Als we na lange tijd uit de tempels wandelen gaat mijn telefoon. Een van de hoteleigenaren, of ik niet gewoon in die mooie kamer wil blijven, voor een heel zacht prijsje. Hij laat mijn spullen ophalen en zet ze weer in mijn oude kamer. Als ik terugkom in het hotel liggen er schone handdoeken en is het bed opgemaakt.
's Avonds kijk ik vanaf een luie bank van steen naar de sterrenhemel. Er ligt een matras op en genoeg kussens om het comfortabel te maken. Links van me zit Irit en rechts 1 van de eigenaren van het hotel. We delen een grote deken. De indiase rode wijn smaakt verrassend goed.
Dinsdag wandel ik wat door de stad en als ik brieven ophaal in het hotel om te posten kom ik weer een eigenaar tegen. Hij geeft me wel even een slinger naar het postkantoor. Het is vlakbij, jammer, want achter op de motor begint toch wel een van mijn favoriete plekken in India te worden. Gelukkig wacht hij op me en mag ik mee naar het huis van zijn broer dat in aanbouw is. Het hele huis wordt gebouwd van zandsteen, bijzonder om te zien. Hij brengt me dan naar de stad, maar niet voordat we eerst nog een stuk door de woestijn hebben gereden.
rustige gebieden
Het pillenarsenaal heeft zijn werk goed gedaan. Na 2 dagen rustig aan te hebben gedaan ben ik weer naar treinschema's gaan kijken. De trein naar Jaislmer, een sprookjesachtig woestijnstadje, vertrekt 's morgens heel vroeg (05:00) of 's avonds laat (23:25). Ik kies voor de late. Een aardige woestijnjongen brengt me op zijn motor naar het station om een kaartje te kopen, en later naar het hotel. Wat heb ik toch een geluk met al die aanbidders, ik krijg ook een armaband van hem 'never take off, promise?'.
Ik arriveer vrij vroeg op het perron en verbaas me over de groepjes mensen die onder dekens naast elkaar liggen op de grond. Ingepakt tot over hun oren. 'watjes', denk ik terwijl ik rondstap in Jeroens oude trui en een legging.
Als de trein arriveert ga ik eerst in een duur compartiment zitten, het is vrijwel leeg en er is me verteld dat voor een kleine fooi de conducteur niet moeilijk doet.
Helaas, dat doet hij dus wel, het kost me precies de overwaarde van het kaartje om te blijven zitten. Ik pak mijn spullen op en vertrek naar een andere ruimte, sleeperclass. Stapelbedden, 3 hoog en ook leeg. Het is allemaal nogal smerig, maar ik leg mijn backpack als kussen op het bovenste bed en krul me om mijn handtas heen.
Weer die conducteur, hier hoef ik maar 2 euro bij te leggen, dat is ok. Ik probeer te slapen, maar voel hoe de kou zich steeds meer manifesteert. Door de open shutters waait de woestijnwind naar binnen en opeens voel ik me niet meer zo'n bikkel, ik lig te rillen van de kou.
Het lijkt hier verdomme de koelafdeling van de Dirk van de Broek wel, en die pashmina is nou ook niet bepaald zo warm als een donsen dekbed. Toch val ik in slaap, lichtjes. Ik word wakker als een man me waarschuwt, station Jaislmer. Dat wordt dus niet omgeroepen, ik heb geluk. Het is 5 uur 's morgens. Buiten het station blijkt het nog kouder te zijn. Klappertandend probeer ik de taxichauffeurs van me af te schudden. Uiteindelijk komt een jongen op me af die de naam vanhet hotel zegt dat ik geboekt heb. Ik stap in zijn jeep. Hij ziet dat ik het koud heb en stopt voor een chai. Het is donker op straat, maar naast het kraampje brandt een open vuur. Er zitten mannen in een kring omheen. Door het raam wordt me een glaasje hete thee gegeven. 'what are they smoking?', vraag ik wijzend op de pijp die rondgaat. 'Chillums, and opium. Mostly opium.' De mannen blijken te wachten op touristen, maar door de bom in Dehli is het erg rustig geworden en dus vermaken ze zich hier, met thee en opium in de vroege ochtend.
De chauffeur brengt me naar mijn hotel, maar geeft toe dat hij niet de afhaalservice is die onderweg was om mij te op te pikken. Hij heeft ook een hotel, misschien wil ik daar morgen slapen. Ik hoef niet te betalen voor de thee en de lift, 'it's okay'. Door een donker steegje wandelend vind ik mijn paradijsje.
Ik slaap nog een beetje in het hotel en ga dan naar het dak voor ontbijt. Het is hier prachtig! Comfortabele kussens in diepe nissen bieden een ultieme relaxplek voor de vermoeide reiziger. Het hotel ligt naast een groot fort uit de 12e eeuw dat opgebouwd is uit gele zandsteen. Het dak biedt uitzicht over de stad en dewoestijn. De zachte kleur van de omgeving is een meditatie voor het oog. Wat een rust vergeleken met wat ik tot nu toe heb gezien.
De jongens van het hotel zijn aardig en hebben duidelijk liefde voor het vak, de kamers zijn smaakvol en persoonlijk ingericht.
's Middags bezoek ik het fort en wandel ik wat door de smalle straatjes. Hier blijf ik nog even, het is waarlijk wonderfull.
vitamines
Het gonst door mijn hoofd. Snel koop ik iets zoetigs dat er onduidelijk uitziet, voordat ik neerklap. Ik wandel maar door, verder door de drukke straatjes. Er schaaft iets langs mijn been. Een jongetje fietst voorbij, op zijn achterrekje ligt onder het metalen draadklepje een dood kalf. Ik besluit af te slaan, weg van deze drukke hoofdweg. Iedereen schreeuwt tegen me, niet aggressief, maar wel te luid. Ik blijk in het slagerskwartier te zijn beland. 'Dapper doorwandelen Merel, er komt vanzelf een eind aan deze straat'. Tja een behoorlijk eind verder, geen enkele afslag aan deze weg.
Ik ga terug naar het hotel. De keelpijn die zich gisteren aankondigde zet door en vraagt om aandacht.
Ik slaap slecht, en besluit een dag rustig aan te doen. Kom mijn guesthouse niet uit, behalve om de apotheek aan de overkomt te bezoeken. Ik wijs op mijn hals. De apotheker kijkt naar het gezwel achter in mijn keel. Hij pakt een rode strip met pillen. Vitamine B. 'a shortage of vitamine B-complex'. luidt de diagnose.1 pil per dag.
Vanmorgen zag het er echter niet beter uit, mijn keel doet echt pijn. Om de hoek hier had ik een throatdoctor gespot, dus daar wandel ik heen.
Ik tref hem als hij net op zijn scooter stapt.
5 minuten later heb ik een lijst vol medicijnen (6 pillen per dag en gorgelen) en een nieuwe diagnose.'possible change of weather' Voel me een beetje overgeleverd aan de elementen.
Maar het is ook lekker om het even rustig aan te doen. Als ik me beter voel wil ik een kamelentour boeken.
hunger for Hindi
Ik vermoed dat ze iets zegt als: 'kom op Doris, even doorwandelen met je bos hout, dan kan je gezellig meewandelen met die mevrouw. Anders loop je ook maar zo in je eentje. Huphup'.
Doris en ik lopen zwijgzaam samen terug naar Mandawa. Tegen beter weten in toon ik na een tijdje mijn staaltje superhindi, om de stilte te doorbreken. 'Heradis', zegt ze. Antwoorden op de wedervragen moet ik haar verschuldigd blijven.
rode luxe
Ik bestel een biertje, schrijf wat in mijn dagboek en bedenk dat ik de hele dag nog niet gegeten heb. Vergeten. Mijn rouwkilo's verlaten mijn lichaam langzaam maar zeker. Ondertussen ben ik opgemerkt door een knappe jongeling van goede komaf die tours begeleidt. Hij besluit in no time dat ik zijn droomvrouw ben, dit krijgt nog een staartje... Vriendelijk probeer ik afstand te houden, maar wat is hij persistent. Gelukkig moet hij dineren met zijn groep Fransen.
Het is al negen uur als ik in mijn hotel aankom. 'kan ik nog wat eten?'
Helaas, de kok is al weg, ik ben te laat, en ook de enige gast. Ga maar naar mijn kamer en neem een douche als er op mijn deur geklopt wordt.
Shit! Het zal toch niet waar zijn dat de knappe jongeling me gevolgd heeft?
Voorzichtig zet ik de deur op en kiertje. ' would you like some indian food?' .
Het is de hoteleigenaar, hij is zelf de keuken ingekropen. Dankbaar knik ik.
Even later zit ik in de eetzaal, waar mijn kamer aan grenst, op een plastic stoel naast een medewerker uit het hotel.
We zijn de enigen hier, de tv staat aan. Hij vraagt naar mjin land van herkomst en huwelijkse status, laat een huide boer, en praat weer verder.
De dahl met chapati's smaakt goed. Tags:
about kids and dogs
Wanneer ik verder loop, naar de weg waar ik latetr de kamelenkar tref zie ik een vreemd scenario: het achterlijf van een blonde hond met een donker groot ding ervoor. Lans de weg is alleen dor gras en een enkele boom. Waar is het hoofd van dat beest? Opeens komt het tevoorschijn uit de donkere vacht, zijn kop is helemaal rood. Voor het beest ligt een dode koe en dit is zijn maaltijd. Mijn afgrijzen duurt maar heel kort, is dit niet precies wat wij onze honden ook voeren? En onszelf vaak, in minder verse vorm zelfs.
India blijft een mix van verwondering, extase, vermoeidheid en energie. Tags:
dry stuff
Het openbaar vervoer gaat maar tot aan de rand van de stad. De laatste paar 100 meter moet ik lopen, no problem. Ik heb nog geen hotel, maar vind snel genoeg een klein paradijsje met grote schone badkamer, wat heerlijk. Het is hier droog, tegen de woestijn aan. 's Avonds drink ik een biertje in een superchique paleishotel met een courtyard. De touristen die ik daar spreek zijn met een georganiseerde tour gekomen en vinden mij dapper, haha. Is soms ook wel lastig om alles alleen te doen, want iedereen wil geld van je.
Toen ik vanmiddag een eind ging wandelen, de dorre woesternij in, kwam er een kamelenkar van tegenovergestelde richting. Aangezien ik al een hele tijd onderweg was accepteerde ik de aanbieding om mee terug te gaan naar de stad. Nog voor het centrum bereikt was werd me alweer om rupies gevraagd, ik ben afgestapt, wat een gedoe. Iedereen schreeuwt naar me om geld, pennen, bonbons. Je zou er bijna moedeloos van worden, maar dan zijn er ook weer anderen.
De 2 goede vrienden die ik heb leren kennen in Jaipur (een moslim en een hindustaan die elkaar al sinds hun jeugd kennen) zijn erg lief voor me. Een is mijn taxichauffeur, de ander heeft een goedlopende groothandel in kleding en tapijten. Toen ik wat nederlandse dames mee nam naar zijn fabriek kreeg ik als dank een erg mooie lichtblauwe jurk met goud borduursel en kraaltjes. Hij wist dat ik hier al eerder mijn oog op had laten vallen.
Jaipur bevalt me ondanks de hektiek zo goed. Als het me te druk wordt zet ik mijn i-pod op. Lopend door de drukke winkelstraten van de oude stad wordt mjin aandacht door iedereen gevraagd. 'Come madam, have a look'. Mannen houden hun shawls tegen mijn gezicht, draperen hun rokken voor mijn heupen en vouwen tapijten uit terwijl ik langs loop. Een intense mix van kruiden, open latrines, wierook en chilipepers vult mijn neus. Het leven is mooi.
'god is great msabu', een zin uit 'out of Africa', die me bij is gebleven.